EEN ONGEHOORDE KEUZE: HUISONDERWIJS ALS ALTERNATIEF NAAST SCHOOLONDERWIJS

SAMENVATTING

In Nederland gaan kinderen naar school zodra ze leerplichtig zijn (en soms al wanneer ze nog niet leerplichtig zijn). De koppeling tussen leerplicht en schoolplicht is in de Leerplichtwet 1969 vastgelegd. Kinderen gaan naar school tenzij er overwegende, door de ouders aangedragen en door de overheid erkende, redenen zijn om een kind niet naar school te sturen.

In een aantal Engelstalige en Scandinavische landen is sinds ongeveer twintig jaar huisonderwijs sterk in opkomst. In de Verenigde Staten krijgen nu ongeveer één miljoen kinderen huisonderwijs; in Engeland houden ongeveer tienduizend gezinnen zich bezig met huisonderwijs. Ouders die kiezen voor huisonderwijs, sturen hun kinderen niet naar school maar geven zelf vorm aan het onderwijs voor hun kinderen.

Dit onderzoek heeft als doelen:

In hoofdstuk 1 wordt een overzicht gegeven van de redenen die ouders in de Verenigde Staten en Engeland opgeven om te kiezen voor huisonderwijs.

Ouders kiezen om veel verschillende redenen voor huisonderwijs. Veel ouders zijn ontevreden over het schoolonderwijs: Ze zijn ontevreden over de school als leef- en leeromgeving Ze verzetten zich tegen de identiteit en doeleinden van scholen Ze zijn ontevreden over de kwaliteit van het onderwijs. Naarmate het voorbeeld en de voordelen van huisonderwijs bij meer mensen bekend werden, hebben steeds meer mensen gekozen voor huisonderwijs vanwege de intrinsieke waarde. Redenen die dan genoemd worden, zijn:

De meeste ouders begonnen in de jaren zeventig en tachtig met huisonderwijs nadat hun kinderen enige jaren schoolonderwijs genoten hadden. Hun keuze in deze eerste fase was een reactie op het schoolonderwijs. Inmiddels is huisonderwijs in een tweede fase beland waarin steeds meer ouders al gekozen hebben voor huisonderwijs voordat hun kind de leerplichtige leeftijd bereikt heeft. Zij kiezen voor huisonderwijs omdat zij overtuigd zijn van de intrinsieke waarde ervan.

Ouders die voor huisonderwijs kiezen, vormen een gemengd gezelschap - ze beperken zich niet tot bepaalde geloofs- of politieke stromingen, inkomensklassen of opleidingsniveaus. De opvattingen van de ouders over het doel en de inrichting van (huis)onderwijs lopen sterk uiteen. Hood (1991) onderscheidt vier onderwijskundige filosofieën - essentialisme, progressivisme, perennialisme en existentialisme. Steeds meer ouders kiezen op pragmatische gronden voor huisonderwijs: zij ervaren in hun kennissenkring dat de leerprestaties en de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen er vaak op vooruitgaan met huisonderwijs.

In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van de resultaten van huisonderwijs en van de omgevingsfactoren die geopperd worden om deze resultaten te verklaren.

Kinderen die huisonderwijs genieten, vertonen gemiddelde tot ruim bovengemiddelde leerprestaties op alle vakgebieden. De praktijk van huisonderwijs laat zien dat kinderen ook zonder schoolonderwijs tot aansprekende leerprestaties kunnen komen.

Het algemene beeld van de onderzoeksresultaten is, dat kinderen die huisonderwijs genieten zich gemiddeld sociaal beter ontwikkeld hebben dan kinderen die schoolonderwijs volgen. Hun zelfbeeld is positiever, ze zijn rijper en ze vertonen minder gedragsproblemen.
De meeste kinderen nemen deel aan allerlei sociale activiteiten en hebben meer contact met mensen van verschillende leeftijden dan kinderen die schoolonderwijs volgen.
Er is geen aanwijzing dat kinderen die huisonderwijs genieten zich in sociaal-emotioneel opzicht gebrekkiger ontwikkelen dan kinderen die schoolonderwijs volgen. Ook is er geen aanwijzing dat kinderen die huisonderwijs krijgen meer moeite hebben om in de maatschappij hun draai te vinden. In de Verenigde Staten verricht onderzoek geeft eerder aanleiding om het tegenovergestelde te veronderstellen.

Inkomen en opleidingsniveau van de ouders kunnen niet of slechts in geringe mate dienen als indicator voor de verklaring en voorspelling van de leerprestaties van kinderen die huisonderwijs genieten. Er is geen aanwijzing dat deze variabelen een belangrijkere rol spelen m.b.t. huisonderwijs dan m.b.t. schoolonderwijs. Uit alle onderzoeken blijkt dat een onderwijsbevoegdheid van ouders niet noodzakelijk is om kinderen die huisonderwijs genieten betere leerprestaties te laten behalen.

In hoofdstuk 3 wordt beschreven op welke wijze ouders invulling geven aan huisonderwijs en wordt een hypothese geformuleerd om de resultaten van huisonderwijs te verklaren.

De inrichting van het huisonderwijs vindt in de praktijk op zeer veel verschillende manieren plaats.
De tijd die per week besteed wordt aan huisonderwijs varieert enorm - in één onderzoek worden extremen van 0 (volledig autonoom onderwijs) en 45 uur genoemd; de gemiddelde bestede tijd per week bedroeg 15 uur. Een belangrijk deel van deze tijd is een ouder, gewoonlijk de moeder, aanwezig. Omdat de ouders vaak ook extra energie steken in het verzorgen van het sociale netwerk, is huisonderwijs tijdrovend.
Ouders vervullen verschillende rollen: instructeur, consultant, inspirator, facilitator, mede-leerling. Hoewel de nadruk op elk van deze rollen voor elke ouder anders zal liggen, is het gebruikelijk dat alle rollen in de interactie met de kinderen een plaats krijgen, vaak binnen het tijdsbestek van één dag. Kinderen opereren in verschillende disciplinaire contexten: van hen wordt autoritaire, democratische en autonome discipline gevraagd. Ook hiervoor geldt, dat het gebruikelijk is dat alle vormen van discipline een plaats krijgen, vaak binnen het tijdsbestek van één dag, hoewel per gezin de nadruk op bepaalde vormen van discipline verschilt.
Leerplannen en lesprogramma's vertonen een al even grote diversiteit. Lesmateriaal wordt gehaald uit schriftelijke cursussen, handboeken, schoolboeken, de bibliotheek, de (multi)media, buitenshuis.

Het hedendaagse huisonderwijs blijkt wezenlijk te verschillen van het klassieke huisonderwijs.

De volgende factoren dragen waarschijnlijk in belangrijke mate bij tot het gebleken succes van huisonderwijs:

Een aantal van deze factoren kan niet of slechts met grote moeite in het schoolonderwijs ingevoerd worden.

Hoofdstuk 4 bevat een overzicht van de manier waarop in de Verenigde Staten en Engeland de overheid omgaat met huisonderwijs. Daarnaast wordt beschreven welke organisaties ouders ondersteunen en wordt de overgang van schoolonderwijs naar huisonderwijs en vice versa behandeld.

Het toezicht op de kwaliteit van huisonderwijs berust in de Verenigde Staten bij de afzonderlijke staten en in Engeland bij de Local Education Authorities. Enkele staten stellen vooraf eisen; de meeste staten verlangen dat kinderen regelmatig getest worden. In Engeland voeren de Local Education Authorities gewoonlijk controle uit door middel van huisbezoek.

Sommige kinderen wisselen in hun "leercarrière" bewust huisonderwijs af met schoolonderwijs.

In hoofdstuk 5 wordt bezien in hoeverre huisonderwijs in Nederland wettelijk mogelijk is.

De Nederlandse wetgever wijst huisonderwijs als vrijstellingsgrond voor de leerplicht af. De Leerplichtwet 1969 schrijft schoolonderwijs voor en staat geen alternatieven toe waarmee aan de leerplicht voldaan wordt. Ouders kunnen slechts in enkele bijzondere gevallen overgaan tot huisonderwijs. Er moet dan, los van de wens tot het geven van huisonderwijs, een reden voor vrijstelling van de verplichting tot inschrijving aanwezig zijn.

Wanneer ouders op principiële gronden kiezen voor huisonderwijs voor een kind dat nog niet naar school gegaan is, zullen zij moeten kunnen aantonen:

Voor dit geval bestaat geen precedent.

Een uit de openbare kassen te bekostigen basisschool kan niet opgericht worden met als bestaansgrond, huisonderwijs mogelijk te maken. Een bestaande basisschool die huisonderwijs mogelijk wil maken, zal de inspectie en de Onderwijsraad op zijn weg vinden en, ingeval van een negatief besluit van de Onderwijsraad, beroep kunnen instellen bij de Raad van State. Ouders die een niet-bekostigde school voor huisonderwijs oprichten, lopen de kans uiteindelijk voor de kantonrechter gedaagd te worden. In dit en het voorgaande geval moeten ouders beschikken over een onderwijsbevoegdheid als hun betrokkenheid bij de school een meer dan incidenteel karakter heeft. Ouders kunnen de Minister vragen om een regeling of beschikking volgens artikel 1a van de Leerplichtwet ter zake één of meerdere scholen, gericht op het mogelijk maken van huisonderwijs. Voor de vier bovengenoemde constructies bestaan geen precedenten.

Het Europees recht maakt huisonderwijs niet op voorhand onmogelijk. De Europese Commissie spreekt van "compulsory schooling, be it in State schools or private tuition of a satisfactory standard". "Verification and enforcement of educational standards" blijven overheidstaken. Het is denkbaar dat ouders er filosofische overtuigingen op na houden waarvan huisonderwijs een wezenlijk onderdeel is. De Staat zal zich ervan moeten verzekeren dat het recht op onderwijs van het kind daarmee niet tekort gedaan wordt.

In hoofdstuk 6 wordt beschreven in hoeverre er draagvlak bestaat om in Nederland huisonderwijs mogelijk te maken. Bovendien wordt aangegeven in welk opzicht ervaringen die met huisonderwijs opgedaan zijn van belang kunnen zijn voor het schoolonderwijs.

De huidige vraag van Nederlandse ouders en kinderen naar huisonderwijs is vrijwel nihil. Over de potentiële vraag valt niets concreets te zeggen.

Het onderwijsbeleid, met name ten aanzien van leerplicht, kan als volgt getypeerd worden:

Er bestaat op dit moment bij de fracties van CDA. D'66 en PVDA geen draagvlak om het ouders en kinderen mogelijk te maken om te kiezen voor huisonderwijs. De volgende redenen worden het meest genoemd:

De VVD-fractie meent dat de overdracht van kennis de kerntaak van scholen is. In de persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke toerusting van kinderen kan ook buiten de schoolomgeving voorzien worden, hoewel scholen hierin een nuttige taak hebben. Deze partij zou zich niet op voorhand verzetten tegen een wetswijziging die huisonderwijs mogelijk zou maken.

Uit de ervaringen met huisonderwijs kunnen de volgende aanbevelingen voor de praktijk van het schoolonderwijs gedistilleerd worden:


Lex Wakelkamp


- terug naar index scriptie -

- terug naar begin thuisonderwijs.net -